Quantcast
Beeld door en met dank aan International Silence (Twan Janssen en Johannes Verwoerd).

Deze ontwerpers kraakten het Museumplein en bouwden een onzichtbaar museum

Janna Reinsma

Op 1 april opent het virtuele Poëzie Museum, gecureerd door Anna Enquist. Echt waar.

Beeld door en met dank aan International Silence (Twan Janssen en Johannes Verwoerd).

Op 1 april opent het nieuwe Poëzie Museum op het Museumplein. Je vindt er poëzie van René Puthaar en andere dichters, in vreemde zalen zonder deuren. Sommige gedichten schieten de lucht in en andere zijn rond of zien eruit alsof ze een beetje ontploft zijn. Echt waar? Ja en nee. Je kunt het museum namelijk alleen zien met je smartphone of tablet. De bouwstenen van dit virtuele museum: poëzie en gratis online IKEA-bouwpakketten (software om thuis mee te testen of de Kalvia-deurtjes bij de Kallarp-keuken passen).

Het is allemaal bedacht en gemaakt door Twan Janssen en Johannes Verwoerd, die onder de naam International Silence samenwerken aan projecten op de grens tussen allerlei creatieve disciplines. Twan liep al langer rond met het idee om het Museumplein te kraken voor een virtueel poëziemuseum, maar had nog geen idee hoe dat eruit moest gaan zien. Via vrienden ontmoette hij Johannes, die net een bewegend lettertype had ontworpen. Handig: zoiets was net wat hij zocht. "Ons logo is een poort van letters van dat lettertype geworden. Een toegangspoort tot een gebouw, dat zie je meteen, maar waarnaartoe? Dat is precies de vraag."

Ik sprak met Twan en Johannes over het Poëzie Museum en kreeg een exclusief kijkje in hun ontwerpkeuken.

Is het leuker om een virtueel museum te bouwen dan een echt museum?
Johannes: Natuurlijk! Het Poëzie Museum is eigenlijk een idee in de vorm van een app. Voor mij als typograaf is het mooie aan poëzie dat het een enorme uitdaging is om vorm te geven. Poëzie is een soort verheven vorm van het geschreven woord, maar het is ook kort van omvang. Van een roman kun je geen leesbaar museum maken waar je doorheen kan lopen.

Heeft het museum ook echt een entree, zoals het logo suggereert?
Johannes: In een eerdere versie nog wel, maar dat is dus het soort dingen dat je je op den duur af gaat vragen: hebben we wel een entree nodig? Zo hadden we eerst bedacht dat je als je bij het Stedelijk naar buiten loopt, automatisch bij ons museum naar binnen zou lopen. Maar uiteindelijk hebben we voor iets heel anders gekozen en zijn er geen deuren meer.

Een eerder (niet gebruikt) ontwerp voor het Poëzie Museum

Een eerder (niet gebruikt) ontwerp voor het Poëzie Museum

Twan: Al die experimenten zijn ook denkoefeningen. We hebben anderhalf jaar van alles uitgeprobeerd, en het ontwerpproces heeft min of meer drie fases doorlopen. In het eerste stadium waren er geen muren, het museum bestond helemaal uit letters. In het tweede stadium begonnen we te werken vanuit het idee van folly's. Dat zijn gebouwen zonder functie die architecten maken bij wijze van stijloefening. Ons gebouw heeft ook weinig functies. Het hoeft geen deur te hebben, het mag zweven. Dat schept mogelijkheden. En veel later zijn we daardoor op die IKEA-modellen gekomen, omdat we het een goede grap vinden die creatief te gebruiken, maar ook omdat we vinden dat het er mooi uitziet. En omdat het net als gedichten dingen zijn die je zelf op je eigen manier mag interpreteren en afmaken.

Voorbeelden van folly's, gebouwen zonder functie die architecten ontwerpen als stijloefening

Voorbeelden van folly's, gebouwen zonder functie die architecten ontwerpen als stijloefening

Alle voor het Poëzie Museum gebruikte IKEA-modellen bij elkaar

Alle voor het Poëzie Museum gebruikte IKEA-modellen bij elkaar

Twan: Voordat we met die IKEA-modellen begonnen te werken zaten we nog erg vast aan het idee van een museum, van ruimtes met zalen. Toen was er een middag waarop we ons ineens realiseerden dat schaal helemaal geen issue meer is als je een virtueel museum bouwt. Want of iets nou een centimeter of drie meter is, maakt op je telefoonscherm niet meer uit, net zomin als de zwaartekracht ertoe doet. We beseften dat we alle vrijheid van de wereld hadden. En toen hebben we die zalen en wandjes helemaal overboord gegooid en begonnen de gedichten te zweven.

Johannes: We hebben wel altijd een link naar een fysiek museum willen bewaren. Zo zat er in die muren vanaf het begin een reliëf met een schaduwtje bij de letters. Alsof je het toch bijna kon aanraken. En de eerste gedichten die we maakten waren sculpturen waar je omheen kon lopen. Dat vonden we toen een tijdje heel mooi, totdat we bedachten: poëzie is eigenlijk veel luchtiger… Daar moet je toch geen steen van willen maken.

Experimenten met de vormgeving van 'De afwijzing', door Ida Gerhardt

Experimenten met de vormgeving van 'De afwijzing', door Ida Gerhardt

En daarna?
Johannes: In de laatste fase gebruikten we die IKEA-modellen om samen met de woorden een open structuur te creëren, die echt een mix werd van architectuur, vormgeving en taal, met gedichten waar je doorheen kan lopen, waarin we op onderzoek uitgaan, bijvoorbeeld naar of het eind van een regel echt een 'enter' moet zijn of dat je een tekst ook achter elkaar kan laten doorlopen. Die afbrekingen zijn namelijk niet zo handig als je als bezoeker door een tekst heen loopt.

Hoe zit het eigenlijk met de leesbaarheid van de gedichten?
Johannes: Je moet de poëzie natuurlijk respecteren, maar ook aanpassen aan een ruimtelijke ervaring. Zo'n gedicht is ooit bedacht voor op een bladzijde, een plat vlak. Er vindt in het Poëzie Museum een ruil plaats: we maken een museum voor poëzie, maar aan de andere kant gebruiken we ook poëzie om een museum mee te bouwen, wat minstens net zo interessant is.

Zoals in het gedicht Aan een klein meisje van Annie M.G. Schmidt, dat hoog de hemel in torent, waar je onder staat en zelf als het ware een klein meisje van wordt. De tekst is zoals Annie M.G. Schmidt het geschreven heeft, maar de ruimtelijkheid voegt een nieuwe ervaring aan het gedicht toe.

Experiment met het gedicht 'Aan een klein meisje', door Annie M.G. Schmidt

Experiment met het gedicht 'Aan een klein meisje', door Annie M.G. Schmidt

Johannes: Bij het gedicht Het feest kan beginnen van Alfred Schaffer hebben we vooral de titel vormgegeven. Je loopt hier in een confetti van letters, een ontploffing van taal, terwijl de tekst van het gedicht zelf intact blijft.

Vormgeving van 'Het feest kan beginnen', door dichter Alfred Schaffer, 'een soort visuele ontploffing'

Vormgeving van 'Het feest kan beginnen', door dichter Alfred Schaffer, 'een visuele ontploffing'

Experiment met 'De afwijzing', door Ida Gerhardt

Experiment met 'De afwijzing', door Ida Gerhardt

Is Anna Enquist, die op jullie uitnodiging alle gedichten heeft uitgekozen, weleens bang geweest voor de leesbaarheid?
Twan: Nee, maar dat had best gemogen! Bijvoorbeeld met een gedicht dat loodrecht de lucht in gaat en dus per definitie niet te lezen is. Leesbaarheid is heel belangrijk, maar soms neemt de vormgeving het weleens over. En daar mag het ook over gaan, het is immers een experiment.

Hebben de dichters meegekeken tijdens het vormgeven?
Johannes: Nee, en wij hebben ook niet meegekeken toen zij aan het dichten waren.
Twan: We hebben vrij spel gekregen van de dichters, en bij dode dichters van hun erven. Omdat zij ook zoiets hebben van: misschien komen de dichters zo wel een beetje uit de boekenkast.

Poëzie Museum, te zien vanaf 1 april 2017

Poëzie Museum, te zien vanaf 1 april 2017

De app voor het Poëzie Museum kun je downloaden in de Appstore en komt later ook voor Android beschikbaar.