Quantcast
Uit de serie Man Next Door © Rob Hornstra

Volksjongen Kid is hét bewijs dat je vaker bij de buren op de koffie moet

Gerda van de Glind

Fotograaf Rob Hornstra vindt dat we meer moeten praten met de mensen waar we normaal met een boog omheen lopen.

Uit de serie Man Next Door © Rob Hornstra

Fotograaf Rob Hornstra woonde zeven jaar naast de Utrechtse volksjongen Kid. In deze periode gingen ze met elkaar om zoals buren dat doen. Ze hielpen elkaar bijvoorbeeld met de post of een kopje suiker en kwamen details over elkaar te weten. Kid was bijvoorbeeld zo dol op zijn pythons dat ze soms onder zijn kussen sliepen. Rob ontdekte de vele kanten van Kid – iemand die de meeste mensen toch al snel zouden afdoen als asociale junk – en hij besloot zijn camera op hem te richten. In 2013 werd Kids dode lichaam gevonden in een Utrechtse gracht, maar in het project Man Next Door leeft hij voort met een pracht van een boodschap.

Rob Hornstra studeerde in 2004 af aan de HKU. “Ik zocht een huis in Utrecht en de wijk Ondiep leek me een goede keuze,” vertelt Rob. “Ik kom altijd al graag in volkswijken en kan het over het algemeen goed vinden met de mensen die er wonen. In Ondiep was ik al regelmatig geweest toen ik werkte voor de reclassering in Utrecht. Ik studeerde namelijk eerst sociaal juridische dienstverlening en hielp mensen met hun schulden. Zo leerde ik Ondiep kennen. Ik wist ook dat er grote plannen lagen om de wijk te slopen en renoveren. Het leek me als fotograaf een interessante plek om te wonen en een fotodocumentaire over te maken.”

Uit de serie Man Next Door © Rob Hornstra

Op de dag van zijn verhuizing naar Ondiep ontmoette hij Kid: “Ik was druk aan het verhuizen en hij stond opeens met zijn blote bast in de deuropening,” vertelt Rob. “Het was niet zo dat ik gelijk mijn camera pakte. Ons contact ging heel langzaam. Van korte praatjes, naar elkaar beter leren kennen.” In het begin woonde Kid samen met zijn vrouw en zijn zoontje, maar na een jaar vertrokken zij naar een blijf-van-mijn-lijf-huis. “Ik hoorde vaak dat er ruzies bij hem thuis waren, en dat was een enorm kabaal. Hij had een vriendelijke oogopslag, maar er kon een harde en intimiderende stem uit komen. Dan denk je al snel dat het een asociale, gewelddadige gast is die zich niks aantrekt van anderen. Maar dat vooroordeel bleek, in ieder geval naar mij toe, niet waar te zijn.”

Vanaf het moment dat Kid alleen woonde, kregen de buurmannen meer contact. “Je woont allebei alleen en je zoekt elkaar op,” vertelt Rob. “Je bent toevallig thuis als de ander wat nodig heeft, je maakt een praatje en je laat elkaar weer met rust.” Dat laatste ging met Kid alleen wat lastiger. “Hij kon gerust tien keer op een dag op mijn deurbel drukken. Dan had hij bijvoorbeeld wat suiker nodig, of er zat een brief bij de post waarover hij even stoom wilde afblazen. Hij kon verschrikkelijk hard tekeergaan. Hij kon niet omgaan met zijn woede en dat kwam er dan als een orkaan uit. Maar we konden het goed elkaar vinden en hebben ook vaak hard gelachen. En dat is waar het project over gaat. Kid had ongetwijfeld asociale kanten, maar ook andere kanten die ik nooit had ontdekt als ik niet met hem was gaan praten. Dat is ook waarom Man Next Door uit verschillende lagen bestaat.”

Man Next Door bestaat uit foto’s, politierapporten en familiekiekjes. Rob licht toe dat hij daarmee verwarring wil creëren: “Als ik alleen familiefoto’s laat zien, krijg je de boodschap dat het alleen een leuke, gezellige vent is. Het is haast een soort oom die iedereen heeft. Maar in het politierapport krijg je een beeld van een dakloze junk, die schoenen steelt van andere daklozen. Deze twee beelden zijn heel lastig met elkaar te rijmen. Als ik mijn foto’s daar doorheen weef, krijg je weer een heel ander beeld. Van twee buurmannen die naast elkaar leven en eigenlijk allebei hun eigen leven leiden.”

Uit de serie Man Next Door © Rob Hornstra
Uit de serie Man Next Door © Rob Hornstra

Door de verschillende persoonlijkheden van één persoon te laten zien, hoopt Rob dat mensen zich bewust worden van hun vooroordelen: “Bij Kid blijft het oordeel vaak in de buurt van die politierapporten hangen. Mensen denken dat hij een asociale junk is. Maar Kid was ook gewoon een persoon die eigenlijk wilde zijn zoals we allemaal willen zijn. Daar heeft hij heel erg zijn best voor gedaan en dat heeft hij niet bereikt. Het ging helemaal mis en daar was hij zelf verantwoordelijk voor. Ik hoop alleen dat mensen snappen dat die ene junk op straat misschien wel bij jou in de straat woont en ook zijn best doet om het leven te leiden dat jij leidt.”

Volgens Rob gaat het werk niet over Kid of over volksbuurten maar over iets groters: “Ik hoop dat mensen hun vooroordelen opnieuw bevragen en meer in gesprek gaan met elkaar. Dan bedoel ik niet alleen Ondiepers en nieuwkomers, maar ook autochtonen en allochtonen. Neem bijvoorbeeld mensen die een mening hebben over moslims, zonder dat ze ooit zelf in een moskee zijn geweest. Je kunt van alles zeggen over moslims, maar over het algemeen staat de deur van een moskee voor iedereen open en het is mijn ervaring dat ze het hartstikke leuk vinden als je langskomt. Ga een keer naar binnen en praat met iemand in plaats van over iemand. Daar geloof ik heel erg in. Ik heb niet de illusie dat ik met dit werk het land ga veranderen. Maar stel dat er ook maar één iemand is die door de tentoonstelling loopt, en besluit om eens in gesprek te gaan met die ene man in de straat die hij normaal gesproken negeert: dan ben ik heel gelukkig. De familie van Kid begrijpt dit ook. Zij snappen dat het niet over Kid gaat, maar over iets groters, en ze geloven dat hij heel trots was geweest als hij het had kunnen zien.”

De foto’s van Man Next Door zijn ook te zien in het gelijknamige boek . De tentoonstelling is tot en met 4 maart te zien in het Centraal Museum in Utrecht.

Uit de serie Man Next Door © Rob Hornstra