De typische types die je altijd in musea tegenkomt

Een handleiding voor het herkennen van kunstmensen

door CREATORS STAFF; illustraties door Jip van den Toorn
|
apr. 5 2017, 2:20pm

Het is heus niet zo moeilijk om een beetje cultureel verantwoord bezig te zijn - je moet vooral gewoon even met je luie reet van die bank af. En natuurlijk weten waar je al die cultuur kunt opsnuiven. Daarom is er op Creators rondom de Nationale Museumweek extra aandacht voor museumcultuur, bijzondere pronkstukken en pareltjes van musea waar je waarschijnlijk nooit eerder bent geweest, maar waar je jezelf toch echt een keer naartoe zou moeten slepen.

Je hebt de eerste zonnestralen weer op je gezicht gevoeld en moeder natuur giert door je aderen. Je lijf zit vol eropuitdrang en honger naar inspiratie, en daarom bezoek je deze Nationale Museumweek natuurlijk een handjevol musea.

Maar moeder natuur stroomt niet alleen door jouw aderen. Honderdduizenden zonnestraaltjes met hetzelfde idee als jij bestormen deze dagen de Nederlandse musea, dus bereid je voor op bijzondere confrontaties. Het kennen en herkennen van je medebezoekers zorgt dat jouw ervaring prettig blijft.

De regionale medemens

Voornamelijk 'de kunstjongen' en 'het kunstmeisje' – wacht maar, jullie zijn zo aan de beurt! – halen hun neus bij dit type museumbezoeker op. En dat is eigenlijk volledig onterecht. Voor de plattelander is iedere reis een wereldreis en dus gaan ze met een werkelijk jaloersmakende voorbereiding op pad. Iedereen zou graag iemand in zijn omgeving hebben die de Kampioen doorspit op relevante kortingsbonnen; zij hebben dat gewoon.

Tijdens de gezellige bus- en/of treinreis vanuit Wilp of Joppe heeft Sandra de groep, meestal bestaande uit vijf of zes mensen, al witte weekendbollen met pindakaas, hagelslag en/of cervelaat aangeboden. Met een goedgevulde maag – en terwijl die van jou protesteert tegen het gebrek aan ontbijt – staan zij in veel te lekkere outdoorkleding en comfortabel schoeisel op hun gemak cultuur te snuiven. Geen deadlines, geen haast, geen trillende telefoon in hun broek. Hidde is zelfs zo op zijn gemak dat hij dwars door de steriel witte ruimte nog even refereert aan een half uur geleden, toen ze op werkelijk hilarische wijze in de verkeerde trein waren gestapt.

Het gebrek aan pretentie werkt voor deze museumbezoekers in hun voordeel. In het hele museum er niemand zo op zijn of haar gemak is tussen Picasso's en de strepen van Sol Lewitt. En de brandslang, die Sandra bij wijze van comic relief ook nog even als kunstobject benadert.

De gepensioneerde ervaringsdeskundigen

Qua voorbereiding kom dit type in de buurt van de regionale medemens, maar met één belangrijk verschil: dit gepensioneerde cis-hetero stelletje met matchende Gaastra-jas heeft alles al gezien. Echt alles. En daar ga jij – als jongvolwassene die in hun ogen nog wel een extra vader- en moederfiguur kan gebruiken – linksom of rechtsom achter komen.

Vaak begint het al bij de garderobe. Met een casual opmerking als 'in het Guggenheim deden ze niet zo moeilijk' of 'heb je die fan-ta-stische museumwinkel van Palais de Tokyo ooit gezien?' proberen ze een band met je op te bouwen. Op dat moment heb je een keuze: de rest van je museumbezoek als derde wiel aan de wagen met dit stelletje meehobbelen, of je als de wiedeweerga uit deze benarde situatie lullen.

Voor dat laatste is diplomatie onmisbaar. Je wil immers niet die ene hork zijn die staat te ruziën met een stokoud stelletje. Tip: zeg iets waaruit blijkt dat je misschien wel meer museumervaring hebt dan zij. Bedenk desnoods zelf een museumnaam, zoals het Museum of Postmodern Antiquities, MOPA voor intimi. Terwijl je vertelt over de zeventiende-eeuwse schildersezel die er tentoongesteld wordt – een goede leugen heeft details – zal het stel begrijpend met je meeknikken. En als het besef als een mokerslag indaalt dat jij blijkbaar nóg meer van kunst weet, zullen ze je voor de rest met rust laten.

Rob

Rob ken je misschien als de 'dolende vader'. Hij is een man van middelbare leeftijd die eerst met zijn kudde binnenkwam, maar deze bewust of onbewust na een tijdje is kwijtgeraakt. Rob is een man die al zijn plichten vervuld heeft, zijn verantwoordelijkheden netjes heeft genomen en de evolutie een stukje verder heeft geholpen met de noeste arbeid van klaarkomen en kostwinnen. Nu laat hij zijn kroost voor wat het is en kiest hij ervoor om lekker weg te mijmeren bij kunst. Er is ook niets lekkerder dan wegmijmeren bij kunst.

Diep van binnen wil Rob in z'n eentje heersen over de wijdse steppen van zijn leeuwenziel. Hij wil kijken, observeren en wegdromen. Kubisme doet hem denken aan die nieuwe, glimmende driedeurs. Of Natasja van drie deuren verder. Gun deze man zijn fantasie, want dat gunt hij jou ook.

Het yuppenstel, met Storm en Sterre

Deze jonge verstedelijkte beroepsmensen hebben een dagje vrij. Maar eigenlijk waren ze liever op kantoor. Daar weet je immers wat je van een dag kan verwachten, een dagje uit 'met de kids' is een aaneengeschakelde malaise van improvisatie. Het moge duidelijk zijn: deze mensen zijn niet voor hun lol in het museum, maar meer omdat ze ergens het idee hebben opgedaan dat kunst goed voor de opvoeding is.

Maar de iets te moderne kingsize buggy blijft hangen achter een drempel, Sterre gooit haar beker met amandelmelk over de museumvloer en papa klaagt tussen het bellen door dat hij zijn nieuwe sneakers nog niet heeft ingelopen. Er gebeurt een hele hoop, maar van kunst kijken komt bijzonder weinig terecht, en van een stukje culturele opvoeding is al helemaal geen sprake.

Het yuppenstel zit zo diep in de financiële dienstverlening, dat ze bij elk stuk een beetje last krijgen van hun materialisme. In hun hoofd vragen ze zich af "zou je dit aan de muur willen?" en vaak komt dat hersenspinsel ook uit hardop uit hun mond. En ook al is de meeste museumkunst niet te koop, hebben ze nu in ieder geval weer wat inspiratie voor dat ene lege plekje in de hal, waar écht nog iets moet hangen.

Storm en Sterre

Voor hun vrije opvoeding is het belangrijk dat ze eens naar het museum gaan, maar in het museum heb jij juist last van deze vrije opvoeding. De kinderen stuiteren vrijzinnig door de drukke zalen. En hun audioguide ook. Tijdens het kunstkijken zijn kids gewoon een stoorzender, daar hoeven we niet omheen te draaien.

Maar het is niet allemaal zo vreselijk als het lijkt. Ze brengen immers de gemiddelde leeftijd flink omlaag, er gebeurt nog eens iets in de steriele museumzalen en hun kijk op kunst kan stiekem ook behoorlijk verfrissend zijn. Maar als ze echt in de weg lopen, kun je altijd even als verloren aanbieden bij de receptie.

De ondeskundige kunstkenner

Deze museumbezoeker ga je hoe dan ook tegenkomen, getweeën of in een kleine groep. Ze zullen altijd genoeg hoorbaar iets vertellen over de 'toetsen' die op het doek zijn gezet en onsamenhangend zwetsen over de opkomst van 'digital art'. Het klinkt misschien alsof ze er verstand van hebben, maar als je even kritisch luistert, hoor je dat de kunsttermen van bordje 3 er bij kunstwerk 5 nog even bij worden gehaald. Terwijl bordje 3 in de verste verte niks met kunstwerk 5 te maken heeft. Breng deze mensen in verwarring door iets te lang naar de brandblusser te staren en bedank Sandra nog eens vriendelijk voor haar grap.

De selfiemens

Pictures or it didn't happen. Dit is het devies van de selfiemens. Als ze niet op Instagram kunnen aantonen dat ze oog in oog met de Mona Lisa hebben gestaan, zijn ze hun geloofwaardigheid kwijt en, god behoede, misschien zelfs volgers. Gelukkig zie je ze alleen in de rij voor megabekende werken – waar dankzij hun soort toch een miljard foto's van op internet staan – en blijft er voldoende moois voor jou over.

De connaisseurs

Je houdt van ze of je haat ze, maar van dit type moet je het hebben bij een expositie. Zij hebben hun soevereiniteit binnen kunstkringen verdiend door jarenlange studie, reizen, lezen, maken, lezen, praten met kunstenaars, en nog eens reizen en studeren. Je kunt alleen maar van ze leren. Ze vallen op door perfect uitgebalanceerde outfits: sober, strak, subtiel lijnenspel en nooit van de massaproductie. Hun kapsels zijn verfijnd, of juist bijzonder uitgesproken, maar nooit alledaags. Het zijn coupes die beklijven. Ze hebben een integere uitstraling en van hun gezicht lees je wijsheid, verfijning en stijl af.

Kom je dichterbij dan hoor je ze met kalme stem de meest heldere uitleg geven over de complexiteit van een werk. Als geen ander kunnen zij concreet onder woorden brengen wat ze zoal allemaal voelen bij een bepaald werk, zonder dat je er misselijk van wordt. Het liefst wil je met ze meelopen, maar tegelijkertijd ben je afgunstig, want dat niveau ga jij nooit halen.

Het kunstmeisje/de kunstjongen

Ze zit op de kunstacademie, speelt minstens vijf instrumenten én illustreert interieurmagazines. Je herkent haar aan outfit, altijd zwart, altijd 'funeral chic'. In haar hand heeft ze een Moleskine-notitieblok en ze zit het liefst uren op de grond Amandelbloesem van Van Gogh na te tekenen, al heeft het resultaat meer weg van een Jackson Pollock. Ze spreekt spontaan Rob aan die zijn kudde kwijt is, maakt hem aan het lachen en raakt zijn arm vluchtig aan voordat ze voorgoed uit zijn leven verdwijnt.

De mannelijke variant is zeldzamer, maar in elk museum zie je er een of twee rondlopen. Het is een einzelgänger, met nonchalante gezichtsbeharing of juist een perfect gebarbierd baardje. Negentig procent is brildragend en heeft een designerbackpack of tote bag aan zijn schouder hangen. Hij eet na zijn museumbezoek een Vietnamese pho – en spreekt het ook uit als faah – en consumeert er een witte wijn bij, terwijl ook hij iets in zijn Moleskine krabbelt waarvan hij als enige weet dat het gewoon een boodschappenlijstje is.