Quantcast

Voor Zoro Feigl is een oude fabriekshal één grote speeltuin

Yoran Custers

Yoran Custers

De Electriciteitsfabriek in Den Haag staat vol met zijn bewegende installaties.

Als ik door de turbinehal van de Electriciteitsfabriek in Den Haag loop, voel ik opeens een licht klapje op mijn schouder. Ik kijk omhoog, en zie een lang geel lint dat in de lucht lasso-achtige bewegingen maakt. Het lint draait in cirkels, danst in het luchtledige, en maakt zo nu en dan een onverwacht zwiepje. Deze lange gele lap doet duidelijk lekker waar-ie zelf zin in heeft.

De enorme hal van de elektriciteitscentrale is het tijdelijke logeeradres van meerdere werken van de Amsterdamse kunstenaar Zoro Feigl. Zijn tentoonstelling Infinity bestaat uit allemaal bewegende installaties; van een rood dekzeil dat zich uitklapt als een klaproos, tot heen en weer springende zwarte hoepels en stukken klimtouw die over het zand op de vloer naar elkaar toe schuifelen.

Aan de andere kant van Den Haag presenteerde Zoro Feigl afgelopen november nog zijn recentste werk Echo, in het nieuwe gebouw van de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Infrastructuur en Milieu. Hij was drie jaar zoet met deze gigantische installatie, die bestaat uit meerdere door elkaar draaiende cirkels. Een leerzaam traject, vertelt hij. “Normaal gesproken knutsel ik van alles in elkaar en vogel ik al doende uit wat het wordt, maar als een werk op veertig meter hoogte boven allemaal mensen hangt moet het in één keer kloppen. Dan kan ik niet nog even snel iets veranderen.”

Zijn installaties zijn altijd op een speelse, spontane manier tot stand gekomen, maar sinds dit project is er ook wat berekenends in zijn werk geslopen; nu test hij vaker van tevoren eerst het een en ander uit op een kleinere schaal, en onderzoekt hij wat haalbaar is. Van Echo zelf staat ook een kleinere variant in de oude fabriekshal.

Als je de tentoonstelling van Zoro bezoekt, krijg je zeer waarschijnlijk ook wat mee van al dit voorbereidende werk. Behalve een tentoonstellingsruimte van grotendeels bestaand werk, is het namelijk ook twee maanden lang zijn werkplaats. Zodra je binnenkomt, loop je langs tafels vol materiaal, uitprobeersels en schaalmodellen van nieuwe werken die uiteindelijk ook in de ruimte zullen staan of hangen. In ieder geval tegen 11 maart, want dat is de laatste dag van de tentoonstelling.

“Bezoekers vragen vaak naar wat ik aan het doen ben,” zegt Zoro. “Soms ben ik dan zo geconcentreerd bezig dat ik eigenlijk niet zoveel aandacht voor ze heb, maar over het algemeen vind ik het heel leuk als ze hun gedachten erover laten gaan.”

De werken ontstaan meestal vanuit observaties, vertelt hij, zoals een stel bouwvakkers die met een lange plastic buis lopen te klungelen, of een oude loopband van de sportschool die hij toevallig nog had liggen. “Dan testen we wat uit, en kijken we wat werkt. Als dat dan op een gegeven moment iets spannends oplevert, proberen we dat te vangen in beeld.” Met ‘we’ doelt hij op zijn creatieve kompaan Oscar Peters, die ik op dat moment een technisch mankementje zie weglassen.

Als een werk eenmaal gestalte krijgt, kan het altijd verrassingen opleveren. Omdat ze gaandeweg weer nieuwe ontdekkingen doen, maar ook omdat iedere plek een ander effect op het werk heeft. “Dat gele lint hing eerst in een kleinere ruimte en daar kwam die zwiep veel agressiever over,” vertelt Zoro. “Hier is het eleganter, doordat het daar nu ook de ruimte voor heeft.”

De schaalmodellen zijn aan de ene kant “affe werkjes,” maar tegelijkertijd ook vooronderzoeken naar wat op grotere schaal zou kunnen werken. Met een serie kleine werken met een lopende band proberen Zoro en Oscar bijvoorbeeld verschillende samenstellingen vloeistof die eroverheen stromen uit. Met verdikkingsmiddelen passen ze de stroperigheid aan, en de pigmenten die ze toevoegen beïnvloeden ook hoe de vloeistof beweegt.

En ook al probeer je alles eerst op kleine schaal uit, weet je nog niet precies hoe het er in het groot uit gaat zien. De werken met de lopende band die Oscar aan het repareren was, hangen aan het plafond en schuren tegen de grond aan. “Maar de kleine variant krulde veel meer op,” zegt Zoro. “De grote komt nauwelijks los van de grond. De zwaarte en snelheid werken dan toch anders; hoe het er precies uit komt te zien weet je pas wanneer je het doet.”

De turbinehal is lekker ruim en daardoor heb je de kans om werken van verschillende kanten te bekijken. Zo sta je onder het draaiende klaprozenwerk en zo sta je er op de eerste verdieping pal naast. Op de achtergrond danst het gele lint vrolijk door en als je wat dichterbij komt, word je kwispelend begroet.

Het is fijn om zo groot uit te kunnen pakken, zegt Zoro. En wat je de ene week ziet, kan de volgende week zomaar op een andere plek staan – als ze vinden dat een werk ergens toch niet zo tot zijn recht komt, verplaatsen ze het met hetzelfde gemak. “Het is ook mooi dat dat juist kan. De hal is één grote speeltuin, en het is heerlijk om erin te mogen spelen.”