Quantcast
Een Nederlandse kunstenaar veilt zijn eigen DNA, en iedereen mag een bod doen

Wordt DNA het nieuwe goud?

In 1961 besloot de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni zijn poep te verkopen. De actie was bedoeld als onderzoek naar de waarde van zijn kunstenaarschap: waren zijn drollen geld waard vanwege het simpele feit dat hij kunstenaar was? Manzoni bood zijn ingeblikte poep aan tegen de toenmalige goudprijs, en stierf twee jaar later. Daardoor kwam hij nooit te weten dat één van de blikken in 2014 voor meer dan 200.000 dollar van eigenaar wisselde.

Als de ingeblikte uitwerpselen van een kunstenaar al zoveel geld waard zijn, wat zou je dan kunnen krijgen voor iemands complete DNA? Op die vraag hoopt kunstenaar Jeroen van Loon het komende jaar een antwoord te vinden. Voor het project Cellout.me veilt de Nederlandse kunstenaar een jaar lang zijn eigen DNA-sequentie – een code van maar liefst 380 gigabytes die hij liet uitschrijven door het Erasmus Medisch Centrum, en die nu opgeslagen staat in een serverkast in Amsterdam, in de galerie van de Soledad Senlle Art Foundation. Iedereen kan een bod doen, het hoogste bod bedraagt voorlopig slechts 333,- euro.

Waar het Manzoni vooral ging om het feit dat het zíjn poep was – 'la merda d’artista' (de poep van een kunstenaar) – is het Van Loon om iets breders te doen: hij vraagt zich af wat het menselijke DNA überhaupt waard is. De techniek om DNA te lezen wordt steeds toegankelijker; welke gevolgen heeft dat? Wat gebeurt er als erfelijke informatie openbaar wordt en uitgroeit tot handelswaar? En wat doet dat met je privacy, en die van je familie?

Bloedmonsters

Om antwoord te krijgen op deze vragen, vroeg Van Loon vier professionals uit verschillende hoeken korte papers te schrijven, die te lezen zijn naast de serverkast, en op de website van het project.

Het eerste paper richt zich op de vraag wat het DNA waard is vanuit moreel oogpunt. Je kunt je afvragen of je wel wilt weten over welke erfelijke kenmerken je beschikt. “Hoe moeten we bijvoorbeeld leven in de ‘wetenschap’ dat we later de ziekte van Alzheimer zullen krijgen, een ziekte waar niets aan te doen is?” stelt bio-ethicus Eline Bunnik in haar commentaar.

Je DNA kan daarnaast relevant zijn voor anderen – als een verzekeraar of werkgever weet dat je aanleg hebt voor bepaalde ziektes, zou je zomaar een polis of baan kunnen worden geweigerd. Bovendien is je DNA grotendeels hetzelfde als dat van je naaste familieleden. “Bij beslissingen over je genoom zou je ook je familieleden moeten betrekken,” merkt Bunnik daarover op.

Daarom is het aan te raden om je DNA niet zomaar te grabbel te gooien. Maar juist dat is lastig, omdat we het overal achterlaten. Iedereen kan een monster nemen van het glas waaruit je net hebt gedronken, of een verdwaalde haar meenemen. Het is vooral te hopen dat je DNA niet in handen valt van mensen die het kunnen lezen, en er kwade bedoelingen mee hebben. Tegenwoordig kunnen mensen die iets willen weten over hun erfelijke kenmerken, hun DNA al laten uitlezen en analyseren door bedrijven als 23andMe. Het is de vraag wat er gebeurt als zulke technieken en diensten nog toegankelijker en goedkoper worden.

Het tweede essay belicht het economische perspectief – wat is je DNA waard als financieel product? Daarover schreven big data-kenner Nart Wielaard en Sander Klous van KPMG Big Data Analytics. Over de waarde van Van Loon’s DNA-profiel zijn ze duidelijk: die bedraagt nul euro. Dat ligt niet aan het feit dat Van Loon geen topsporter of supermodel is, maar komt doordat je niets hebt aan één DNA-profiel. Pas als er een grote markt ontstaat van DNA-profielen, weet je welke profielen afwijken van het gemiddelde. “Dan kunnen we bijvoorbeeld afleiden welk type DNA extreem geschikt is voor duursport op het hoogste niveau, of welk profiel de kans op een bepaalde ziekte verhoogt.”

Op basis van de erfelijke informatie van grote groepen mensen zijn ontelbaar veel conclusies te trekken, zwakke plekken te vinden en bruikbare talenten te ontdekken. In 2011 stelde de toenmalige Eurocommissaris Neelie Kroes al dat data ‘het nieuwe goud’ zijn, en dat zou ook kunnen gelden voor DNA – in feite de meest persoonlijke data die er bestaan.

Bij de HiSeq DNA sequencer, die er twee weken over doet om een volledige genoom om te zetten in een sequentie

Pim Volkers van Fox-IT – een bedrijf op het gebied van internet- en netwerkbeveiliging – belicht de kwestie vanuit het perspectief van cybercrime. Als DNA het nieuwe goud is, dan verwacht Volkers een ‘goldrush’. “Onder het oppervlak van de DNA-sequenties worden schatten vermoed die zo aantrekkelijk zijn dat er allerlei onderzoekers en ondernemers op af gaan komen.” Voorlopig is de toegang tot die goudmijn duidelijk geregeld. “Het goud zit nog goed verstopt in de enorme berg DNA-data. Wat je nu ziet zijn de eerste, nog goed georganiseerde verkenningen.”

De vraag is of die 'goldrush', naarmate de technologie om zulke verkenning uit te voeren toegankelijker wordt, tot meer ongecontroleerde praktijken zal leiden. Wat als dat goud straks in handen komt van de verkeerde mensen? “Binnen het cyberdomein moet je denken aan artificial intelligence, cybercrime of misschien zelfs terrorisme,” schrijft Volkers. Wie aan de hand van DNA weet voor welke virussen mensen vatbaar zijn, heeft een gevaarlijk wapen in handen.

Bij het Erasmus MC Genetic Lab, waar de data gecontroleerd wordt

Welke gevaren er precies op de loer liggen bij de grootschalige ontcijfering van ons DNA, is nog lastig te overzien, al gaat het gerucht dat de Amerikaanse regering nu intensief bezig is om bijvoorbeeld het DNA van president Obama te beschermen. Zelf liet Van Loon zich er niet van weerhouden om zijn DNA te veilen, vertelt hij me als we in de ruimte staan waar de serverkast staat opgesteld. “Een bevriende kunstenaar zei ooit tegen me dat je als kunstenaar alles mag zijn, behalve een angsthaas.”

Van Loon liet zijn DNA niet analyseren. Hij weet dus niet hoe groot zijn kans is op bepaalde ziektes, en of hij over onontdekte ‘relevante afwijkingen’ beschikt. Maar dat zou de koper straks wél kunnen achterhalen.

De serverkast

Er blijft nog één vraag over: waarom zou je als goedgeaarde burger in vredesnaam een bod willen uitbrengen op het DNA van Jeroen van Loon?

Aan zijn DNA zelf heb je voorlopig nog vrij weinig – het is van slechts één persoon. Bovendien is het duur om te analyseren en dus duur om te gebruiken. In de toekomst komt daar wellicht verandering in. Ook zal de toekomst uitwijzen wat Cellout.me uiteindelijk op zal leveren als kunstwerk. In zijn toelichting vanuit het kunstenaarsperspectief schrijft Peter van der Graaf van veilinghuis Christie’s Amsterdam dat het project misschien wel de boeken in zal gaan als een van de eerste belangrijke werken binnen deze nieuwe ontwikkeling, en daarmee een "zeer belangrijk onderdeel van de kunstgeschiedenis" kan gaan vormen. Dan zou Cellout.me ook financieel van grote waarde kunnen zijn.

Net als de ingeblikte uitwerpselen van Marzoni, kan ook de DNA-sequentie van Van Loon waardevoller worden naarmate de tijd verstrijkt. In de tussentijd blijft het een intiem kunstwerk, dat misschien wel dieper in de maker binnendringt dan welk zelfportret dan ook.

Detail van de serverkast

Cellout.me wordt tot 8 november tentoongesteld in de galerie van Kunst aan de Schinkel in Amsterdam, en van 19 december tot 13 maart in het Centraal Museum in Utrecht. Een bod doen op het DNA van Jeroen van Loon kan hier

We zijn voor de redactie van The Creators Project vanaf 1 december op zoek naar stagiairs. Mail je CV en motivatie naar leander.roet@vice.com