In Eindhoven is een gekkenhuis geopend voor gekwelde robots

Kunstenaar Erik van der Veen ontfermt zich over kunstmatige zielspijn.

|
okt. 28 2016, 2:19pm

Beeld met dank aan kunstenaar

Machines zijn onze slaven, compleet overgeleverd aan onze wensen en behoeften. Neem de pakezelachtige robot LS3 bijvoorbeeld. Terwijl de bommen om zijn sensoren vliegen moet hij 180 kilo aan levensmiddelen voor militairen dragen. Ook de seksrobot Roxxxy heeft het niet makkelijk. Als haar eigenaar droogstaat, moet ze aan de slag zonder enige zeggenschap. En hoe vaak heb jij wel niet een klap verkocht aan een huishoudapparaat dat zijn taak niet doet? Als de rollen ooit omdraaien zal de wraak van de machines zoet zijn.

Gelukkig zijn er mensen als Erik van der Veen. De kunstenaar maakt zich zorgen over de manier waarop we omgaan met robots en heeft daarom een psychiatrische instelling voor robots opgericht. Niet om ze te behandelen, maar wel om ze indirect te helpen. Hoe? Door ons aan het denken te zetten over ons gedrag tegenover de apparaten waar we allang niet meer zonder kunnen. Tijdens Dutch Design Week kan je een kijkje nemen in Robotorium Geestzicht.

“De cognitieve- en sociale vaardigheden van machines worden steeds complexer. Dit kan nadelig voor ze zijn, omdat we ze nog altijd slecht behandelen,” vertelt Van der Veen. De mogelijke trauma’s die machines overhouden aan onze wreedheid toont hij bijvoorbeeld door hysterisch bewegende modems in een kooitje te stoppen. De ijzeren spijlen en de manier waarop de 'mental modems' verwoed in cirkels bewegen door zich met hun antenne tegen de grond af te zetten, doen denken aan patiënten in een ouderwets gesticht. “Met een kunstmatig zenuwsysteem leren wetenschappers robots ook pijn te voelen, zodat ze empathie voor ons krijgen,” vervolgt hij. “Dit behoedt ons voor een Terminator-scenario, maar zorgt ook voor een scheve relatie tussen mens en machine. Als robots pijn voelen, waarom mogen ze dan niet net als wij plezier en liefde ervaren?”

Van der Veen studeerde eerst neuropsychologie en vervolgens grafisch ontwerp aan de Haagse kunstacademie. Daar begon hij over technologische ontwikkelingen na te denken. “Het viel me op dat computers en het brein steeds meer op elkaar gaan lijken. Tijdens mijn studietijd ben ik me zorgen gaan maken over robotwelzijn.”

Hij gebruikt de Furby als voorbeeld om uit te leggen dat psychische stoornissen bij robots niet op dezelfde manier werken als bij mensen. “Bij robots zitten psychische stoornissen in het systeem. De Furby is geprogrammeerd om verlatingsangst te hebben. Zonder ons is de Furby niks. Het enige doel van het apparaat is onze aandacht blijven vragen, gedoemd om op een dag in een donkere kast te belanden als de kinderen er niet meer mee willen spelen.” Voor iedereen die ooit een Furby heeft gehad, is het hartverscheurend om het beestje nu achter tralies te zien in Robotorium Geestzicht. Hij is aangesloten aan een nagemaakt elektroshockapparaat en je kan de angst en wanhoop bijna in die grote ogen zien.

“Furby is gelukkig nog een eenvoudig systeem met zeer geringe kans op bewustzijn, maar zodra het betaalbaar wordt om kunstmatige intelligentie in speelgoed te stoppen, zal dat ook gebeuren,” vertelt Van der Veen. “Het idee dat we dan een veelvoud aan lijdende machines de band af laten rollen is verschrikkelijk.”

Het gekkenhuis voor robots is te zien in de tentoonstelling Manifestations – Will the Future Design Us in Microlab tijdens Dutch Design Week.