Al het beeld door de auteur

Ik ging in Amsterdam een avondje vuilnis zoeken met een afvalkunstenaar

En werd aangesproken door drie advocaten die er "niet zo van gediend" waren.

|
dec. 19 2017, 10:50am

Al het beeld door de auteur

Mocht je afgelopen week je vuilnis hebben buitengezet, is er een kans dat het is veranderd in een maatschappijkritische kunstinstallatie. Francisco de Pájaro is namelijk in het land. Gewapend met een stel kwasten, verfpotten en wat rollen tape, maakt deze Spaanse kunstenaar gebruik van alles dat hij maar op straat tegenkomt: van kartonnen dozen en vuilniszakken tot oude matrassen en wc-brillen. Alles is prima, zolang het maar afval is, en verder toch niemand het meer nodig heeft.

Ieder kunstwerk dat hij maakt, blijft maximaal een paar uurtjes liggen – een beetje afhankelijk van factoren als het weer, voorbijgangers en het humeur van de gemeente. Op ieder werk laat Francisco ook zijn pseudoniem achter, Art is Trash. Hij noemt zichzelf niet alleen zo omdat hij vindt dat je van vuilnis prima kunst kunt maken, maar ook omdat hij daadwerkelijk van mening is dat de kunstwereld een gore bende is. Hij vindt dat kunst wordt gekaapt door politieke en economische belangen, en dat het vooral is voorbehouden aan mensen die zich een museumkaartje kunnen veroorloven. Terwijl kunst juist van iedereen zou moeten zijn. Ook voor de man op straat.

Sinds afgelopen weekend is zijn werk te zien in de O.D. Gallery in Amsterdam. Daar hangen zijn recente schilderijen – hij is van huis uit schilder – en staan drie kunstinstallaties die zijn opgebouwd uit Amsterdams straatafval. Maar Francisco zou Francisco niet zijn als hij niet ook tussendoor op straat wat creaties zou achterlaten, en zo geschiedde. Ik liep een avondje met hem mee.

Francisco de Pájaro voor een van zijn installaties.

Althans, als ik om acht uur ‘s avonds bij de galerie aankom, lijkt het Francisco eigenlijk niet zo’n geweldig idee om de straat op te gaan. Het heeft net geregend. Kou vindt hij prima, maar regen noemt hij “enemigo número uno” – aartsvijand nummer één. Aangezien het volgens Buienalarm verder best een droge avond belooft te worden, stel ik voor om eerst even in de galerie te gaan zitten, en dan later een ommetje te maken. Dat vindt hij goed.

We zitten vlak voor een van de drie installaties die hij heeft gemaakt. Het materiaal heeft hij eerder die dag op straat verzameld, vertelt hij. “En die 25 euro die je ziet komt gewoon uit mijn eigen zak.” Die 25 euro, waar twee figuren tevergeefs om zitten te vechten, heeft hij in het werk verwerkt om het thema ‘hebzucht’ mee uit te beelden – een thema dat wel vaker in zijn werk te zien is.

In 2002 vertrok hij naar Londen om een bestaan op te bouwen als kunstenaar, vertelt hij, maar een jaar later keerde hij alweer gedesillusioneerd terug. “Ik kon niet aarden in de conventionele kunstwereld. Ze vonden mijn werk maar niks.” Vanuit die frustratie werd een paar jaar later het alter ego Art is Trash geboren.

Francisco heeft sindsdien de hele wereld rondgereisd, van de Verenigde Staten tot Dubai. Als ik hem vraag of hij daardoor ook veel verschillende soorten vuilnis is tegengekomen, zegt hij dat dit eigenlijk wel meevalt. “Wel ligt er in de ene stad meer afval dan in de andere. In Peking was bijvoorbeeld echt niks te vinden, dus toen heb ik uiteindelijk maar mijn materiaal gekocht bij een vuilnisbelt.”

De manier waarop vuilnis op straat gesorteerd ligt, kan ook nog weleens verschillen. “In New York lag alles bijvoorbeeld best gescheiden. Vuilniszakken links, kartonnen dozen rechts. Dat maakt het voor mij wel wat lastiger om er iets creatiefs mee te doen.”

Want dat is wel een regel voor Francisco: hij mag niet te veel van het afval verplaatsen. De uitdaging zit er juist in om spontaan te reageren op wat hij ter plekke aantreft. Zijn favoriete materiaal? Matrassen en meubilair. En kartonnen dozen, als ze een beetje groot zijn.

Dan is het tijd om de straat op te gaan. Ook zijn assistent Robert gaat mee. We lopen de Negen Straatjes in, niet alleen omdat dat dichtbij is, maar ook omdat dit de plek is waar volgens de afvalwijzer genoeg afval op straat moet liggen.

De afvalwijzer heeft gelijk, want al snel lopen we een stel vuilniszakken tegemoet. Maar Francisco loopt er straal langs. “Es aburrido,” zegt hij hoofdschuddend. Die vuilniszakken zijn te saai.

Deze vuilniszakken vond Francisco maar matig.

Aangezien er in die straat vrijwel alleen groepjes vuilniszakken liggen, slaan we naar links bij de Keizersgracht. Een goede keuze, want Robert wijst enthousiast naar de verte. “Kijk, een container!”

Nu is die container zelf niet zo boeiend, maar de serviesset die erop staat is best oké. Francisco pakt zijn kwast, en beschildert snel een paar borden die op de container gestapeld liggen. En nog voordat ik goed gezien heb wat hij eigenlijk heeft gemaakt, loopt hij alweer verder. Nu is het eens tijd voor “basura de verdad,” mompelt hij. Tijd voor écht afval.

Zijn gebeden worden gehoord, want binnen luttele seconden treffen we allemaal gestapelde kartonnen dozen aan. Francisco pakt gelijk zijn spullen tevoorschijn. Maar de contouren van zijn figuren staan pas amper op het karton als er drie jongemannen komen aangefietst, die niet alleen de indruk wekken uit een welvarend milieu te komen, maar ook dat dit hun dozen zijn. “Zou je daar misschien mee willen stoppen? We zijn er niet zo van gediend.”

Francisco wil eigenlijk gewoon doorgaan, maar ze staan erop dat we vertrekken. Robert zegt nog dat de jongens in Barcelona “altijd welkom zouden zijn,” maar ook dat mag niet baten. “Bedankt,” zegt een van de jongens. “Maar we hebben daar ook een kantoor.” Met lichte tegenzin lopen we weg.

Francisco voordat hij werd weggestuurd.

Een hoekje verder blijft Francisco staan. “Dit is dus precies wat ik bedoel,” zegt hij. “Die jongens hebben die dozen allang weggegooid, maar toch zien ze het nog steeds als hun eigendom. Waarom zou je je er dan zo druk over maken als iemand er wat anders mee doet? Het is niet zo dat we hun muur zitten te bekladden.”

Ik voel de neiging in me opkomen om me voor mijn landgenoten te verontschuldigen, maar Francisco zegt dat niet nodig is. “Dit soort mensen kom je overal tegen. Zullen we teruggaan en het werk afmaken?”

We lopen terug, en Francisco haalt zijn witte verf tevoorschijn. Zodra hij klaar is, brengt hij zijn signatuur aan: Art is Trash.

Ondertussen loopt er een vrouw langs, die haar hondje uitlaat. Ze blijft voor het werk staan, en zegt dat ze het prachtig vindt. Robert geeft haar dankbaar een flyer van de expositie, en we lopen verder.

Dat wil zeggen: Francisco en Robert gaan op zoek naar een restaurant, aangezien ze nog niet hebben gegeten. Ik wijs ze de weg, en we nemen afscheid. Op de terugweg betrap ik mezelf erop dat ik nog steeds oplet of er niet wat huisvuil op straat ligt, klaar om beklad te worden. Aan het begin van de avond vond ik het nog wat onwennig om al dat wegrottende straatafval vanuit een esthetisch oogpunt te bekijken, maar het went blijkbaar snel.

Als ik langs het laatste kunstwerk loop, met de opgestapelde dozen, zie ik dat ook de vrouw met het hondje er weer staat. Alleen dan zonder hondje.

Ze is blijkbaar teruggekomen om wat dozen mee te nemen. Dat maak ik althans op uit het feit dat het werk niet helemaal compleet meer is, en ze zelf met een paar dozen in haar hand staat. Zodra ze me ziet, schrikt ze een beetje. “Ja sorry, ik vond het zó mooi. Ik kon het niet laten om er een paar mee naar huis te nemen.”

Aangezien ik toch dezelfde kant op moet, draag ik een paar dozen voor haar mee. “Denk je wel dat hij dit oké vindt?” vraagt ze, terwijl ik ze neerzet in haar gang. Ik antwoord dat hij waarschijnlijk niets liever had gewild.