Quantcast

De hoerenboten van het Zandpad die een museum moeten worden

DoorLieke van der Madefoto's doorDavid Meulenbeld

Kunstenaars bouwen de seksschepen om tot ateliers met een mini-museum.

“Ja hoor, de handboeien hangen nog aan de bedden,” verzekert Jonathan Straatman me als ik hem bel. De jonge kunstenaar heeft samen met fotograaf Daan Bramer een paar prostitutieboten opgekocht, om ze om te toveren tot ateliers en een mini-museum. Maar voorlopig liggen de drijvende peeskamers op de kade, in hun originele staat – vieze condooms, gebroken spiegels en hier een daar een leeg blikje bier.

De boten zijn een begrip in Utrecht. Vanaf vlak na de Tweede Wereldoorlog deinsden de boten in het water langs het Zandpad, de voormalige prostitutiezone van Utrecht. Een paar jaar geleden werden de boten abusievelijk gesloten, omdat er sprake zou zijn van mensenhandel. Nu is er echt schoon schip gemaakt: de prostitutiezone is opgedoekt en de boel is verkocht.

Jonathan neemt ons mee naar de kade waar de boten liggen en geeft ons een rondleiding. Alle boten hebben een eigen naam en de Willie II is de eerste die we van binnen te zien krijgen. “Er hangt wel een vreemde sfeer,” waarschuwt hij. Het is de eerste keer dat ik een peeskamer in loop en ik voel me vooral een indringer. De ruimte staat al een paar jaar leeg, maar het lijkt alsof hier gisteren nog iemand aan het werk was. Er is nog niets aan de kamers gedaan: een smoezelig matras ligt in het ingebouwde bed, er staat een hoge kruk voor het raam, in het kozijn hangen rode tl-balken en de klok tikt rustig door. “Hier zat een dame dan een beetje op het raam te kloppen,” demonstreert Jonathan. Daarna wijst hij op het kozijn, waar de voetafdrukken zijn ingesleten.

De tweede boot is de Ata Vista, een stukje ouder en viezer dan de Willie II. Met een gigantische sleutelbos probeert Jonathan de deur open te krijgen, maar er is geen enkele sleutel die past. Hij besluit de deur open te breken met een boormachine. Terwijl we via een keukentrapje naar boven klauteren, sta ik opeens oog in oog met een nogal smerig uitziende condoom. Ik weet niet hoe snel ik mijn handen van de vloer moet halen en ook David, de fotograaf, zie ik opeens een stuk voorzichtiger rondlopen. Overal ligt gebroken glas, een laag stof en in een hoekje liggen lege bierblikjes. Terwijl we voor de spiegel staan merkt Jonathan op: “Hoeveel kilometer aan piemels zou er in een jaar doorheen zijn gegaan?” Ik wil het eigenlijk niet weten.

“We werden er verliefd op,” vertelt Jonathan. Ze kochten de seksschepen en hesen ze op de kade van De Nijverheid, een terrein aan de rand van Utrecht dat Daan en Jonathan willen omdopen tot creatieve vrijhaven. De boten willen ze verhuren als atelierruimte. “We zetten dan wel in het huurcontract hoeveel het per kwartier kost,” vertelt Jonathan met een grijns.

Dat is niet de enige verwijzing naar de oorspronkelijke functie van de seksboten. De mannen willen sommige kamers in hun huidige staat te houden, nadat ze grondig zijn schoongemaakt natuurlijk.

Verder is het de bedoeling dat er bij de ingang van het terrein een kunstzinnig bouwwerk komt te staan. De peeskamers worden dus vergaderruimtes, ateliers, muziekstudio’s of horeca. In één kamer komt een mini-museum, vertelt Jonathan. Het is de bedoeling dat het interieur van deze kamer vrijwel intact blijft, zodat er een stukje historie over prostitutie zichtbaar blijft. Tegelijkertijd is het plan dat kunstenaars hier tijdelijke exposities op kunnen bouwen. Als alles volgens plan loopt is De Nijverheid over een paar maanden een heuse kunstfavela.

We lopen langs een beschimmeld en nogal troosteloos exemplaar. Deze boot hebben ze voor een prikkie kunnen overnemen, omdat hij al een paar jaar afgezonken op de bodem van de rivier de Vecht lag. Het gezonken schip – dat van ellende bijna in elkaar stort en waar de schimmel tot elk kiertje is doorgedrongen – is niet meer bruikbaar als studioruimte. “We gaan daar een kas van maken. Een soort hoerentuin. Een passende naam moeten we nog wel verzinnen,” vertelt Jonathan. “Maar het is vast vruchtbare grond.”